Over kinderdagverblijf & Naschoolse opvang Bambini

Pedagogisch werkplan KDV Overdam


November 2016.


Voorwoord


Kinderopvang Bambini wil kwalitatief goede kinderopvang bieden. Door kritisch te blijven kijken naar ons pedagogisch handelen proberen wij de kwaliteit constant te
verbeteren en stellen het bij wanneer daar aanleiding toe is. In het pedagogisch beleid komt tot uitdrukking hoe wij met kinderen omgaan en waarom wij dat zo doen.
Per werksoort is dan ook een pedagogisch werkplan gemaakt.

In dit werkplan beschrijven wij hoe we willen werken aan de vier competenties die genoemd worden in de Wet Kinderopvang, namelijk: de emotionele veiligheid,
persoonlijke competentie, sociale competentie en de overdracht van waarden en normen. Ouders ontvangen standaard het pedagogisch beleid en het pedagogisch werkplan
bij aanvang van het contract per mail. Wij willen benadrukken dat dit werkplan altijd in ontwikkeling blijft en aangepast wordt indien er nieuwe afspraken gemaakt worden.
Alle protocollen waar in dit werkplan naar wordt verwezen, liggen ter inzage op het kinderdagverblijf en kunnen op verzoek altijd worden ingezien.
Daar waar wij spreken in dit plan over ouders, worden ook verzorgers bedoeld.


Hoofdstuk 1: Veiligheid, persoonlijke, sociale competentie en normen & waarden

Ouders dragen de zorg voor en opvoeding van hun kind(eren) tijdelijk aan ons over. De pedagogische medewerkers zijn zich dan ook bewust van hun (grote) verantwoordelijkheid en nemen deze taak met veel plezier, positieve energie en deskundigheid op zich. Dit pedagogisch werkplan is gebaseerd op de vier pedagogische basisdoelen die in de Wet Kinderopvang zijn omschreven.

Deze doelen zijn gericht op het geven aan kinderen van:

  • Een gevoel van emotionele veiligheid
  • Gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie
  • Gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competentie
  • De kans om zich waarden en normen, de “cultuur” van een samenleving eigen te maken.


Wij willen kinderen begeleiden in een klimaat van (emotionele) veiligheid. De basis van al het handelen van de groepsleiding is het bieden van een gevoel van veiligheid
aan het kind. Hierbij is een vertrouwensrelatie met de pedagogisch medewerker onmisbaar. Vaste rituelen, ritme en regels zorgen ervoor dat kinderen zich zeker voelen. Vanuit een veilige basis durven en kunnen zij de wereld gaan ontdekken. Wij willen kinderen helpen zichzelf te leren kennen, zelfstandig te worden en een
positief zelfbeeld te hebben (persoonlijke competentie). Ieder kind is uniek en waardevol. Wij accepteren kinderen zoals ze zijn en hebben vertrouwen in het vermogen van kinderen. Kinderen hebben vanaf de geboorte een innerlijke motivatie om te leren lopen, praten en contact te maken met anderen. Zij leren wat nodig is voor het leven. Kinderen leren binnen het eigen vermogen, tempo en op een geheel eigen wijze. Het eigen en unieke ontwikkelingstempo van het kind is voor ons maatgevend in de begeleiding van de kinderen. Kinderen worden in hun ontwikkeling gestimuleerd, (bijvoorbeeld leren kleuren), de verstandelijke ontwikkeling (bijvoorbeeld leren praten) en emotionele ontwikkeling (bijvoorbeeld leren opkomen voor jezelf).
Wij willen kinderen ruimte bieden om sociale ervaringen op te doen, waardoor sociale vaardigheden verworven worden (sociale competentie). Elk kind krijgt
individuele zorg en aandacht. Ook de groep heeft een belangrijke functie, want kinderen maken deel uit van een samenleving. Het kinderdagverblijf is als het ware
een samenleving in het klein waar kinderen kunnen oefenen. Dit gaat letterlijk en figuurlijk met vallen en opstaan. Kinderen leren van elkaar. Het kennismaken met
andere volwassenen en kinderen, het respecteren van anderen en het opkomen voor eigen belang zijn belangrijke toegevoegde waarden van het samenzijn in een groep.
In de groep worden deze vaardigheden gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaar te helpen, speelgoed samen op te ruimen en het vieren van feestelijke gebeurtenissen.
Wij willen kinderen normen en waarden bijbrengen. Normen en waarden zijn van groot belang. Het eigen maken van normen en waarden maakt onderdeel uit van de
morele ontwikkeling. Er kunnen zich veel situaties voordoen met leermomenten, bijvoorbeeld bij pijn of ruzie, verdrietige situaties of een maatschappelijke gebeurtenis. Door de reacties van de groepsleiding op dit soort situaties ervaart een kind wat wel en niet goed is. Het eigen gedrag van de groepsleiding heeft hierbij een belangrijke voorbeeldfunctie.


Hoofdstuk 2: Plaatsing

Uw kindje wordt geplaatst op de vestiging Overdam. Kinderdagverblijf Overdam opent zijn deuren vanaf 07.45 uur en sluit deze om 18.30 uur. In uitzonderlijke gevallen kan er tegenn extra betaling van de openingstijden worden afgeweken. De mogelijk is er dan dat u uw kind vanaf 07.30 uur kan brengen. Van de sluitingstijd wordt echter niet
afgeweken.

2.1 Groepsindeling en pedagogisch medewerkers.
In het kinderdagverblijf van Kinderopvang Bambini Overdam wordt gewerkt met drie groepen.
Een babygroep van 2 maanden – ongeveer 14 maanden, met maximaal 9 kinderen waarvan 1 ouder als 12 maanden.
Een dreumesgroep van ongeveer 14 maanden – ongeveer 2,5 maximaal 11 kinderen waarvan 1 boven de 2 jaar oud is.
Een peutergroep van ongeveer 2,5 jaar tot maximaal 4 jaar met een maximum van 16 kinderen.
Op elke groep staan dagelijks maximaal 2 pedagogische medewerkers.
Onder gediplomeerde pedagogische werkers verstaan wij groepsleidsters die minimaal beschikken over een niveau 3 pw of een ander dergelijke opleiding met een
minimum van een niveau 3.

2.1.2 Stagiaires
Op Bambini proberen wij met enige regelmaat stageplekken aan te bieden. Wij nemen stages serieus dus kun je, als stagiaire, bij ons een goede begeleiding
verwachten. Je wordt begeleidt door een collega die een opleiding heeft gevolgd voor het begeleiden van stagiaires. Bambini is dan ook een, door Calibris, erkend leerbedrijf voor de volgende opleidingen:
Sociaal agogisch werk:
- Pedagogisch werker 4 kinderopvang
- Sociaal pedagogisch werker 4
- Pedagogisch werker 3
- Pedagogisch werker 3/4
- Sociaal pedagogisch werker 3
- Helpende zorg en welzijn 2
Wil je zekerheid of wij, voor jouw opleiding, een erkende stageplek zijn dan kun je dit checken op www.calibris.nl

Regels en handleiding ten aan zien van de stagaires

  • Stagiaires dragen nooit de verantwoordelijkheid voor kinderen. De verantwoordelijkheid ligt te allen tijde bij de pedagogisch medewerkers van desbetreffende groep.
  • Stagiaires staan altijd boventallig en worden dus niet meegenomen in de BKR.
  • Stagiaires worden alleen ingezet met een goedgekeurd VOG en een BPV contract ondertekend door school.
  • Er worden afspraken gemaakt met de stagiaires; welke werkzaamheden zal ze wel of niet verrichten. Dit hangt af van het niveau van de opleiding, leerjaar en  leerdoelen.
  • Stagiaires krijgen geen stagevergoeding.
  • Wanneer een stagiaires op de afgesproken datum verhinderd of verlaat is, laat diegene dit weten aan de desbetreffende groep of aan het kinderdagverblijf.
  • Stagiaires krijgen geen privegegevens van personeel, kinderen of ouders. Ze krijgen het telefoonnummer van Bambini en het emailadres van hun persoonlijk begeleider voor het doorsturen van de opdrachten.
  • Te allen tijden wordt er Nederlands gesproken op ons kinderdagverblijf.
  • Contact met de ouders wordt door een pedagogisch medewerker van Bambini gedaan. Wanneer er vertrouwen is dat de stagiaire deze contacten ook kan aangaan (doordat er al een tijd stage is gelopen, doordat opdrachten dit vragen, doordat diegene aan het eind van de opleiding zit) , maar blijft de verantwoordelijkheid nog te allen tijden bij de pedagogisch medewerkers van desbetreffende groep.
  • Stagaires mogen zelfstandig activiteiten uitvoeren met de kinderen na overleg met hun begeleider.

2.2 Intake
De nieuwe ouders hebben voor de startdatum een intakegesprek op de eerste wendag op het kinderdagverblijf. Tijdens dit gesprek wordt uitleg gegeven over de dagelijkse gang van zaken en worden er afspraken gemaakt met de ouders over bijvoorbeeld eten, slapen, halen en brengen. Dit formulier komt in een map op de groep waar het kind wordt opgevangen, zodat het voor de pedagogische medewerkers altijd bij de hand is.

2.3 Wennen
In overleg worden vanaf de plaatsingsdatum wendagen afgesproken. In de regel worden hiervoor vier dagen afgesproken.
De eerste dag, “een korte dag en tevensintakegesprek”, van 09:30 tot ongeveer 12:00 uur. De tweede dag, een “langere dag” van 09:00 tot ongeveer 13:00 uur.
De derde dag van 09:00 tot 14:30 uur en de vierde dag van 09:00 tot 16:30 uur. Indien meerdere wendagen nodig zijn wordt dit met de ouders besproken. Dit is
afhankelijk van de individuele behoeften van het kind. Pedagogische medewerkers bieden tijdens de wenperiode vertrouwen en ondersteuning aan het kind, zodat het
zich veilig en vertrouwd gaat voelen in de groep, maar ook aan de ouders zodat deze met een gerust hart en vertrouwd gevoel hun kind bij ons achter kan laten. Onze visie is dat een kind er weinig aan heeft als de ouders geen goed gevoel hebben. Het gevoel moet op alle vlakken goed zitten. Dit is iets waar wij ook veel waarde aan hechten binnen ons bedrijf. Alles in goede harmonie beleven.

2.4 Brengen en halen
Van 07:45 tot 09:00 uur worden de kinderen eerst opgevangen op de peutergroep met z’n allen. Als om 09:00 uur de overige leidsters binnen zijn dan gaan alle kinderen
naar hun eigen stamgroep. Wij stellen het op prijs dat u uw kind komt brengen voor 09:30 zodat wij in alle rust kunnen beginnen met het dagprogramma.
Om 17:00 komen alle kinderen weer bij elkaar op de peuter groep mits wij natuurlijk niet buiten spelen want anders zijn wij met z’n allen op de speelplaats te vinden.
Op de breng- en haal momenten wordt belangrijke informatie over het kind uitgewisseld. Ouders kunnen tijdens het brengen praktische informatie over het kind doorgeven. Op het moment dat ouders het kind komen halen, geven de pedagogische medewerkers belangrijke informatie over het kind, zoals de activiteiten die het kind heeft ondernomen tijdens de opvangdag. Omdat de contactmomenten vaak kort zijn, is het altijd mogelijk om een gesprek met de pedagogisch emedewerkers aan te vragen, zodat op een rustiger moment uitgebreid met elkaar gesproken kan worden. Eenmaal per jaar krijgen de ouders in ieder geval de gelegenheid om op een 10- minutengesprek te komen. Bij de babygroep worden echter geen tien minutengesprekken gehouden. Bij de babygroep wordt er gebruik gemaakt van een schriftje waar
minimaal 1 keer in de week in wordt geschreven. Mocht er daarnaast toch behoefte aan een uitgebreid gesprek zijn, dan maken wij op de babygroep daar graag tijd voor.
 

Hoofdstuk 3: De dagindelding

3.1 Dagindeling
Op het kinderdagverblijf vinden we het belangrijk dat kinderen regelmaat in de dagindeling ervaren. Regelmaat geeft een gevoel van veiligheid voor kinderen.
Daarom hanteert iedere groep een vaste dagindeling, afgestemd op de leeftijd van de kinderen. Een min of meer vaste dagindeling geeft structuur aan een dag en deze
wordt als zodanig op een speelse manier steeds meer herkenbaar voor de kinderen. Aan deze structuur ontlenen kinderen veiligheid en rust. Continuïteit en regelmaat
zijn erg belangrijk bij de verzorging en opvang van kinderen. Vaste leiding en een vaste dagindeling helpen hier natuurlijk bij. Vaste momenten op een dag zijn voor
jonge kinderen herkenbaar. Het gaat hierbij om de terugkerende dingen als eten, slapen en bijvoorbeeld buitenspelen. Het maakt de dag overzichtelijk.
De gezamenlijke momenten op de dag zijn voorwaardenscheppend voor de ontwikkeling van de groep als geheel. De kinderen krijgen vanuit deze gezamenlijke
sfeer ook begrippen aangeleerd op het gebied van regels en gewoontevorming zoals: tafelmanieren (bijvoorbeeld blijven zitten tot iedereen klaar is), hygiëne
(handen wassen) en omgangsregels (rekening leren houden met andere, jongere kinderen in de groep). Kinderen vinden de dagelijkse activiteiten heel plezierig en ze
geven een band tussen de kinderen onderling en de kinderen als groep en de leiding. Het leren functioneren in een groep is belangrijk voor het functioneren later op de basisschool en in de maatschappij. De baby’s krijgen hun voeding volgens hun eigen schema. Ook het slaapritme wordt zo veel mogelijk aangehouden naar de eigen behoefte van het kind. Tussen de voedingen en het slapen door wordt er met de baby’s gespeeld, maar ze zullen ook gestimuleerd worden om zelfstandig te spelen. De dreumesen en peuters eten en slapen op vaste tijden en hebben een vaste dagindeling. De peuters die zo tegen hun vierde jaar aan zitten blijven op. Zo wennen zij vast aan het ritme van de basisschool.

Dagindeling dreumesen en peuters
07:45 – 08:00 uur:
De kinderen worden gebracht.
De kinderen worden samen op één groep opgevangen.
Er zijn dan twee pedagogisch medewerkers aanwezig.
Ouders en leiding hebben de gelegenheid informatie uit te wisselen.
09:00 uur:
De reeds aanwezige peuters gaan naar hun eigen groep en andere kinderen worden nog door de ouders gebracht.
Vrij spelen.
Alle kinderen zijn gebracht en alle pedagogisch medewerkers zijn aanwezig (afhankelijk van de grootte van de babygroep in totaal 4 of 5 pedagogisch
medewerkers). Vrij spelen zoals puzzelen, bouwen, de autohoek of lezen in de leeshoek.
09.30 uur:
Fruit(hap) of cracker eten en drinken. Liedjes zingen en of lezen.
10:00 uur:
Verschoning en toiletbezoek. Buitenspelen, indien het weer dit toelaat. Activiteit gezamelijk binnen, indien weer slecht is.
11:30 uur:
Toiletgebruik, handen wassen en daarna wordt samen met de pedagogisch medewerkers gegeten (dit zijn altijd warme vegetarische maaltijden)
12:30 uur:
De (meeste) kinderen gaan naar bed. De kinderen die niet meer naar bed gaan kunnen vrij spelen en/of knutselen;
15:00 uur:
Verschoning en toiletgebruik;
15:30 uur:
Tussendoortje of fruit eten en wat drinken;
16:00 uur:
(Buiten)spelen;
16:30 –18:30 uur: Ophalen van de kinderen en informatie-uitwisseling.
Om 17:00 uur gaan pedagogisch medewerkers die om 07:30 uur zijn begonnen naar huis, en de pedagogisch medewerkers, die om 09:00 uur begonnen sluiten het
kinderdagverblijf af om 18:30 uur.

3.2 Slapen en rusten
Tijdens de intake wordt er met de ouders een afspraak gemaakt over het slaapritme en de slaaphouding van hun baby of peuter. Bambini laat ouders een formulier
tekenen als blijkt dat de baby een buikslaper is. Baby’s slapen wanneer zij behoefte hebben om te slapen en stromen vanzelf geleidelijk aan in het ritme. Alle kinderen op
Bambini slapen in een gecertificeerd bedje voorzien van spijlen. Ieder kindje heeft, zijn vaste slaaplek in de kamer. Het kind slaapt altijd op een eigen hoeslaken.
Hetgeen inhoud dat een kind altijd op zijn eigen schone plekje ligt. Ieder kind krijgt ook zijn eigen slaapzak. Bij Bambini word er gebruik gemaakt van zomer en
winterslaapzakken. Alleen peuters mogen een luchtdoorlatende deken gebruiken. Als een peuter minder slaapbehoefte heeft en bijvoorbeeld bijna naar de basisschool
gaat blijft het kind wakker. Dit zal dan eerst besproken worden met de ouders.

3.3 Spelen en activiteiten
De babygroep staat voor een groot deel van de dag in het teken van verzorging. Tijdens de individuele verzorging op de commode wordt er met de kinderen gepraat
en/of gezongen en geknuffeld. Het aanbod van speelgoed is aangepast op de leeftijd. Er wordt voldoende variatie aangeboden. Bij mooi weer wordt er buiten
gespeeld; Er is in de zomer water om mee te spelen, evenals rijdend materiaal. Verder wordt er vaak met de kinderen gewandeld in de bolderwagens. In het
dagritme is een aantal vaste activiteiten opgenomen, zoals het samen zingen en eten. Daarnaast is er veel ruimte voor peuters om zelf te spelen. Het is niet nodig, en
zelfs niet gewenst, om kinderen de hele dag bezig te houden.

3.4 Open deuren
Regelmatig hanteren we ook een “Open deuren beleid”. Dit betekent dat de deuren tussen de groepen worden open gezet. Op deze manier wordt voor de kinderen meer
bewegings- en speelruimte gecreëerd. Kinderen kiezen zelf wat ze willen doen, waar en met wie ze willen spelen. Kinderen hebben de behoefte om de wereld om hun
heen te ontdekken en verkennen. Het werkt positief voor de sociale ontwikkeling, de kinderen wennen aan meerdere pedagogische medewerkers en gaan spelenderwijs
relaties aan met andere kinderen. Tijdens “open deuren” wordt er ook rekening gehouden met de baby’s. Door de “open deuren” werken pedagogische medewerkers
niet alleen maar op de eigen groep en zien daardoor van verschillende kanten wat kinderen doen, willen en kunnen. Het is niet zo dat we de kinderen compleet los laten
en dat iedereen vrij mag lopen waar hij kan of wilt. Het open deuren beleid is vooral in de ochtend en aan het eind van de middag. Kinderen die broertjes en of zusjes
hebben op een andere groep lopen geregeld even heen en weer en nemen dan een vriendje mee om samen even de boel te verkennen. Leidsters vinden dit ook prima,
maar houden wel in de gaten dat ieder kind deze kans krijgt. Zo worden kinderen ook erop uit gestuurd om de was weg te brengen via een andere groep, of om bijv. de
boodschappen rond te brengen.

3.5 Uitstapjes
Regelmatig gaan de kinderen met de pedagogische medewerkers een uitstapje maken. Het kinderdagverblijf heeft 3 bolderwagens, een bakfiets voor kinderen en
verschillende dubbel-buggy’s, waarmee makkelijk en veilig een uitstapje gemaakt kan worden. Op de plaatsingsovereenkomst maken de ouders kenbaar of het kind
mee mag met een uitstapje.

3.6 Extra dagen opvang.
Natuurlijk is het mogelijk dat een kind een extra dag wordt opgevangen op het KDV. Dit kan mits er overleg is geweest met de groepleidster en als het haalbaar is qua
leidster kind ratio. Kortom graag goed overleggen . De betaling van de extra dag zal in tegenstelling tot de maandelijkse factuur, die voor aanvang van de maand betaald dient te worden, pas bij de volgende factuur op de rekening staan. De extra dagen worden dan ook achteraf betaald.


Hoofdstuk 4: Eten en drinken

4.1 Eten en drinken
Op het dagverblijf wordt er met elkaar als groep gegeten en gedronken. Gezamenlijk eten heeft meerdere functies. Behalve dat eten en drinken noodzakelijk zijn voor de
ontwikkeling van een kind, heeft het ook een sociale functie, een sfeerfunctie en een moment van rust. Er zijn verschillende tafelmomenten waarbij de kinderen
verschillende soorten voeding en drinken aangeboden krijgen. De kinderen eten samen met de pedagogische medewerkers aan tafel. De kinderen krijgen dagelijks
een warme maaltijd. Belangrijk om te vermelden is dat wij alles vegetarisch voorschotelen. Per definitie wordt er geen vlees geten, met uitzondering van
vegetarische worst, welke voor kinderen als vlees wordt aangezien of vis. Kinderen worden gestimuleerd om voldoende te eten. Bij een afwijkend eetpatroon of andere
bijzonderheden wordt dit tussen de ouders en de pedagogische medewerkers besproken.De pedagogische medewerkers zien erop toe dat de baby’s en peuters goed drinken. ’s Morgens rond 10:00 uur en tijdens de lunch wordt er gedronken. In de middag krijgen de kinderen nogmaals iets te drinken. De kinderen krijgen vruchtensap of melk te drinken. Kinderen kunnen altijd water drinken als zij dat willen. Als standaard flesvoeding wordt Nutrilon 1 en 2 verstrekt. Daarnaast hebben wij Hero 1 en 2 en
rijstebloem en granenpap. Alles wat er buiten valt, noemen wij dieetvoeding. Bij dieetvoeding wordt ouders verzocht dit zelf mee te nemen. Het is altijd mogelijk om
borstvoeding mee te brengen. Dit wordt dan in de koelkast geplaatst. Het meebrengen van voorbereide melk,(fles van thuis) nemen wij niet aan.

4.2 Dieet, allergie, andere culturen
Ouders zijn verantwoordelijk om de pedagogische medewerkers op de hoogte te stellen van bijzonderheden en wensen rondom de voeding van hun kind.
Bijzonderheden zoals een allergie, dieet of wensen vanuit een geloofsovertuiging worden tijdens het intakegesprek op het formulier genoteerd. Als er een kans is op
een heftige allergische reactie van het kind op bepaalde voeding dan geven de ouders op het formulier aan welke stappen in een dergelijke situatie ondernomen moeten worden.

4.3 Feesten en trakteren
Bij een verjaardag mag een kind natuurlijk een traktatie uitdelen. Niet alle traktaties zijn geschikt om uit te delen, denk bijvoorbeeld aan lolly’s. Ouders kunnen altijd
overleggen met de groepsleiding voor een geschikte traktatie. De pedagogische medewerkers vieren samen met het kind en de groep zijn/haar verjaardag. In overleg
met de ouders kijken we welke dag de verjaardag gevierd wordt. De pedagogische medewerkers maken een feestmuts en er wordt versierd voor de jarige en
natuurlijk wordt een heel repertoire aan verjaardagsliedjes gezongen!


Hoofdstuk 5: Verschonen, toiletgang en zindelijk worden


5.1 Verschoning
Bambini maakt gebruik van Pampers in alle maten. Ook maken wij gebruik van de Pampers billendoekjes. Kinderen die een luier dragen worden regelmatig gecontroleerd op een vieze luier en zonodig verschoond. Daarnaast hebben de kinderen 3 vaste verschoonmomenten (zie hiervoor hoofdstuk 3, dagindeling).

5.2 Toiletgebruik en zindelijkheidstraining
Peuters zien hoe andere kinderen met de zindelijkheidstraining bezig zijn en worden daardoor gestimuleerd. Wanneer de ouders thuis met zindelijkheidstraining bezig zijn
en het kind er zelf aan toe is, kan dat op het kinderdagverblijf worden voortgezet. Het wordt spelenderwijs gedaan. Kinderen die aangeven zelf te willen plassen krijgen
daar de gelegenheid toe. Deze kinderen mogen zonder luier rondlopen. Wanneer er ongelukjes gebeuren wordt er geen negatieve aandacht aan geschonken. Het kind
wordt altijd geprezen wanneer het kind een kleine of grote boodschap op de wc doet. Bij de zindelijkheidstraining krijgen de kinderen een kaart met hun naam erop.
Telkens wanneer een kind op de wc geweest is krijgt het kind een sticker. Kinderen die al helemaal zelf naar het toilet kunnen gaan lopen vanuit de groepsruimte al dan
niet onder begeleiding van de pedagogische medewerker naar het toilet. Daarnaast wordt er goed op toegezien dat kinderen hun handen wassen.


Hoofdstuk 6: Het kind

6.1 Peuterestafette
Er is de laatste tijd veel aandacht voor een ‘doorgaande ontwikkelingslijn’ en een ‘sluitende aanpak’ voor kinderen tussen 0 tot 6 jaar. Iedereen is het erover eens dat de
eerste levensjaren heel belangrijk zijn voor de ontwikkeling van een kind. De toenemende aandacht voor de voor- en vroegschoolse periode heeft grote gevolgen
voor peuterspeelzalen/kinderdagverblijven en andere voorschoolse voorzieningen. Van ‘beroepsopvoeders’ wordt verwacht dat zij een belangrijke bijdrage kunnen
leveren aan de ontwikkeling van jonge kinderen. Een mogelijkheid om de doorgaande lijn vorm te geven, is het gebruik van een overdrachtsinstrument. Op Bambini word
reeds gebruik gemaakt van de peuterestafette. Dit wordt als zeer positief ervaren door zowel ouders als pedagogische medewerkers. Gezien bovenstaande ontwikkelingen werd de peuterestafette in januari 2013 ook op het kinderdagverblijf ingevoerd.
De overgang van het kinderdagverblijf naar de basisschool is een grote stap. Om deze overgang prettig te maken, geven wij de ouders een ‘peuter-estafette’ (= een overdrachtformuliers) mee. Het succes van een estafette staat of valt met een goede overdracht. Een estafette kan alleen slagen wanneer alle partijen samenwerken en goed op elkaar afgestemd zijn. Hoe beter de overdracht en samenwerking, hoe gemakkelijker een peuter de stap van het kinderdagverblijf naar de basisschool kan maken.
Enige tijd voor de vierde verjaardag van het kind of als het gaat verhuizen, vullen we een de peuter-estafette in. In de peuter-estafette beschrijven we hoe het kind zich op
het kinderdagverblijf heeft ontwikkeld. Voelt het kind zich prettig in de groep? Zit het lekker in zijn vel? Wat vindt het kind leuk?
Vlak voordat het kind het kinderdagverblijf verlaat, krijgen de ouders een estafetteformulier mee naar huis. Deze is bedoeld om door te geven aan de toekomstige leerkracht van het kind. Het is voor de leerkracht prettig om te weten wat het kind leuk vindt en waarin het wat extra aandacht nodig heeft.

6.2 Corrigeren en belonen
Op het kinderdagverblijf worden de kinderen op een positieve wijze benaderd en wordt door middel van positieve aandacht het gewenste gedrag gestimuleerd. Door
de groepssituatie waarin kinderen meestal op vanzelfsprekende wijze meedoen met de groep is het corrigeren van kinderen veel minder een item dan in de thuissituatie.
Wanneer een kind negatief gedrag vertoont, wordt eerst gekeken naar het individuele kind en nagegaan wat de oorzaak van het gedrag zou kunnen zijn (niet lekker in zijn
vel, verveling, onzekerheid, wijziging in de thuissituatie of ontwikkelingsproblematiek). De pedagogische medewerkers kunnen hier op deze manier rekening mee houden.
Wanneer een kind na een waarschuwing negatief gedrag blijft vertonen, zal de pedagogische medewerker het kind op ooghoogte (gehurkt) op rustige wijze aanspreken en het daarbij ook aankijken. Bij herhaling kan het kind zonodig voor korte duur op een bepaalde plek neergezet worden om zo even uit de situatie te zijn. Er wordt zo kort mogelijk aandacht besteed aan het negatieve gedrag en het kind wordt eventueel afgeleid om te voorkomen dat het op deze manier steeds negatieve aandacht krijgt. Tegelijkertijd wordt positief gedrag door complimenten gestimuleerd. Wij vinden het belangrijk om ouders een terugkoppeling te geven over het gedrag van hun kind. Wellicht dat de ouders thuis ook met dit gedrag te maken hebben. Er kan dan goed afgestemd worden wat de beste benadering zal zijn.

6.3 Zieke kinderen
In geval van ziekte van hun kind wordt ouders verzocht het kinderdagverblijf hier altijd over te informeren. Indien nodig zullen wij bij besmettelijke ziektes contact opnemen met de GGD. Zonodig zullen alle ouders hierover door ons geïnformeerd worden. Kinderen die ziek zijn of een besmettingsgevaar voor anderen opleveren, mogen het
kinderdagverblijf niet bezoeken. Enerzijds omdat de pedagogische werknemers niet adequaat opgeleid zijn om zieke kinderen te verzorgen en om het zieke kind zelf, en
anderzijds omdat in geval van een besmettelijke ziekte het kind de andere kinderen en de leiding kan besmetten. Zaken zoals toedienen van medicatie en wat de
groepsleiding doet als een kind ziek wordt op de groep, staan in het protocol ‘Geneesmiddelen en medisch handelen’ welke op verzoek voor ouders ter inzage op het kinderdagverblijf ligt.

6.4 Kinderparticipatie
Binnen de kinderopvang die Bambini biedt, wordt daar waar mogelijk gestreefd naar kinderparticipatie. Goed kijken en luisteren naar kinderen en kinderen zo mogelijk mee laten denken, bijvoorbeeld bij de keuze van een liedje is belangrijk en geeft kinderen het gevoel dat ze gehoord worden. Op het kinderdagverblijf kunnen kinderen o.a. betrokken worden bij het tafeldekken of een boodschapje doen.


Hoofdstuk 7: Informatie-uitwisseling
 

7.1 Mondelinge uitwisseling
Contacten tussen pedagogische medewerkers en ouders zijn van groot belang voor de kwaliteit van de opvang. Door een goede afstemming over en weer zullen pedagogische medewerkers in staat zijn om de kinderen tijdens hun verblijf op het kinderdagverblijf beter te begrijpen en te begeleiden. Andersom krijgen de ouders via
de pedagogische medewerkers een beeld van wat hun kind beleeft tijdens hun afwezigheid en hoe hun kind zich in een andere omgeving gedraagt. Tijdens het brengen en halen hebben pedagogische medewerkers individueel contact met de ouders. Pedagogische medewerkers vertellen wat er die dag gebeurd is en of er nog bijzonderheden zijn voorgevallen of een leuke anekdote. Andersom is het voor pedagogische medewerkers belangrijk om te horen of er specifieke zaken spelen in de thuissituatie. Dit kan zijn in praktische zin, bijvoorbeeld wanneer een kind slecht heeft geslapen of hoe laat een kind heeft gegeten en gedronken, of op emotioneel gebied (bijvoorbeeld de komst van een baby, een verhuizing of andere veranderingen in de thuissituatie). Op deze manier kunnen pedagogische medewerkers nog beter inspelen op de behoefte van ieder kind. Indien ouders een apart gesprek willen met de pedagogische medewerker dan kan daar altijd een afspraak voor gemaakt worden.

7.2 Schriftelijke informatie
Een paar keer per jaar ontvangen ouders een algemene nieuwsbrief. Hierin staat informatie die voor alle ouders van belang is. Onderwerpen kunnen zijn:
beleidsveranderingen, organisatieveranderingen, informatie over pedagogische zaken, de oudercommissie, festiviteiten en leuke informatie over het kinderdagverblijf.
De nieuwe website blijft in ontwikkeling. Verder krijgt ieder kind zijn eigen schriftje. Hierin wordt minimaal twee keer per maand een leuk stukje geschreven over de
belevenissen van het kind. Het schriftje is vooral bedoeld als leuk aandenken voor later.

7.3 Oudercommissie
Het kinderdagverblijf heeft een oudercommissie thans bestaand uit 2 leden. Er wordt tenminste twee maal per jaar overleg gevoerd tussen de vestigingsmanager, een leidster van Bambini en de oudercommissie. De oudercommissie kan ook onderling vergaderen. In de vergaderingen kunnen allerlei onderwerpen op de agenda staan zoals beleidsveranderingen, organisatieveranderingen, pedagogische zaken, prijsveranderingen en activiteiten. De leden van de oudercommissie ondersteunen ook activiteiten als festiviteiten en thema-avonden. Er wordt gestreefd naar een derde oudercommissie lid, maar tot op heden heeft niemand zich extra aangemeld. Wel worden nieuwe ouders benaderd met de vraag of zij deel willen nemen aan de oudercommissie.

7.4 Ouderbijeenkomsten
Op het kinderdagverblijf worden er jaarlijks verschillende activiteiten en ouderbijeenkomsten georganiseerd. Hierover worden de ouders op het kinderdagverblijf door middel van de nieuwsbrief of een aparte brief/mail op de hoogte gebracht.

7.5 Klachtenprocedure
“Bent u tevreden vertel het rond, heeft u een klacht vertel het ons” is het uitgangspunt van Bambini. Het kan natuurlijk voorkomen dat een ouder ontevreden is over een werkwijze of andere zaken. Wij hopen natuurlijk dat dit niet zal voorkomen, maar indien u een klacht hebt verwijzen wij de ouders naar onze interne klachtenprocedure (in te zien op het kinderdagverblijf) en verzoeken wij de ouder zich tot een van de leidsters te wenden en een klachtenformulier in te vullen. Indien de ouder niet tevreden is met de afhandeling van de klacht en Bambini niet samen met de ouder tot een oplossing heeft kunnen komen zal de klacht worden voorgelegd aan de SKK (Stichting Klachtencommissie Kinderopvang). De SKK is een onafhankelijke en deskundige commissie, die speciaal in het leven is geroepen om klachten te behandelen over kinderdagcentra. Volgens de wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector is de klager niet verplicht de klacht eerst intern te bespreken. De klager heeft het recht haar klacht rechtstreeks aan een externe klachtencommissie voor te leggen. Ook de oudercommissie van het kinderdagverblijf is aangesloten bij deze klachtencommissie zodat ook de oudercommissie bij eventuele klachten in de hoedanigheid van oudercommissie een klacht kan indienen en voorleggen.


Hoofdstuk 8: Ruimte-indeling

8.1 Binnenruimten
De groepsruimten zijn zodanig ingericht dat de kinderen op een veilige manier kunnen spelen en ontdekken. Voor de baby’s/dreumesjes is allerlei ontwikkelingsmateriaal aanwezig zoals speelgoed met geluid en muziek, loopkarretjes, en zachte speelmatten. De indeling van de peutergroepsruimte biedt kinderen de mogelijkheid om zelf keuzes te maken. Er zijn allerlei hoeken gecreëerd zodat kinderen in kleine groepjes of alleen kunnen spelen. Zij kunnen bijvoorbeeld kiezen om te spelen in de autohoek of het winkeltje of lekker rustig een puzzel maken.

8.2 De buitenruimte
Wij vinden het belangrijk dat kinderen vaak buitenspelen. Een en ander is natuurlijk wel afhankelijk van het weer. De kinderen hebben de keuze uit verschillende maten fietsjes. De ruimte zal in mei 2017 vergroot worden en opnieuw betegeld worden. Na afronding van de werkzaamheden wordt de verdere inrichting bepaald. De
buitenruimte zal zodanig ingericht worden dat kinderen uitgedaagd worden om de wereld te ontdekken en buiten iets te beleven hebben. Kinderen ontdekken door te
doen en te ervaren. In de zomer wordt er vaak met water gespeeld (bijvoorbeeld met de tuinslang).


Hoofdstuk 9: Veiligheid en hygiëne
 

9.1 Bedrijfshulpverlening en EHBO
Het kinderdagverblijf beschikt over een ontruimingsplan. Het plan is bekend bij degenen die op het kinderdagverblijf werkzaam zijn. Na een oefening vindt een evaluatie plaats en indien nodig bijstelling van het plan. Op het kinderdagverblijf zijn altijd 2 pedagogische medewerkers aanwezig die in het bezit zijn van een bedrijfshulpverleningdiploma (BHV). BHV-ers hebben de leiding tijdens een ontruiming of op het moment dat er iemand onwel wordt, totdat er professionele hulp aanwezig is zoals brandweer of ambulance. Elk jaar gaan de BHV-ers op herhalingscursus zodat zij op de hoogte blijven van de ontwikkelingen die er op dit gebied zijn.

9.2 Jaarlijkse GGD-inspectie
Onder de Wet Kinderopvang wordt de veiligheid van kinderen bewaakt door uitvoering van de Risico-inventarisatie Veiligheid en Gezondheid (RIV en RIG). Deze RIV en RIG vindt minimaal eenmaal per jaar plaats. Aan de hand hiervan wordt ingeschat in hoeverre kinderen worden blootgesteld aan bepaalde risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid. In een aktieplan worden vervolgens de maatregelen geformuleerd die genomen worden om de risico’s tot een minimum te beperken. Bambini is zelf verantwoordelijk voor een veilig en gezond leefklimaat. De GGD voert jaarlijks een inspectie uit, waarbij aan de hand van de RIV&RIG nagegaan wordt of de kinderopvang die Bambini biedt, voldoet aan de eisen die de Wet Kinderopvang stelt.

9.3 Verdere veiligheidsmaatregelen
In aanvulling op de eisen vanuit de Wet Kinderopvang gelden nog aanvullende regels op het kinderdagverblijf:

  • Sjaaltjes en sieraden zijn onveilig voor baby’s en mogen niet worden gedragen op het kinderdagverblijf. Elastiekjes en speldjes worden voor het slapen uit het haar gehaald omdat kinderen deze in hun mond kunnen steken.
  • Schoonmaakmiddelen worden boven kindhoogte bewaard.
  • De pedagogische medewerkers leren de kinderen na een bezoek aan het toilet hun handen te wassen. Ook als de kinderen buiten hebben gespeeld wassen de kinderen eerst hun handen voor zij aan tafel gaan eten.
  • Meegebrachte knuffels worden door de groepsleiding altijd bekeken op veiligheid en spenen die stuk zijn worden direct weggegooid. Speelgoed van huis mee nemen mag in principe. De groepsleiding attendeert de ouders op het risico van wegraken of stukgaan. Vooral tijdens de wenperiode of bij belangrijke veranderingen kan een kind steun ervaren door de nabijheid van vertrouwd speelgoed van thuis.
  • Het kinderdagverblijf wordt dagelijks door de groepsleiding schoongemaakt.
  • Hygiënisch werken is van groot belang en daarom zijn hiertoe richtlijnen in het Protocol Hygiëne opgenomen.
  • Het (buiten)speelgoed wordt regelmatig door de pedagogische medewerkers gecontroleerd.
  • Er wordt goed gelet op het sluiten van de deur van de buitenruimte.
  • Kinderen worden bij zon ingesmeerd met zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor.


9.4 Veiligheid en slapen
Op het kinderdagverblijf gelden regels met betrekking tot het slapen.

  • Bedden gaan altijd op slot.
  • Elastiekjes en speldjes worden voor het slapengaan uit het haar verwijderd.
  • Baby’s worden niet op hun buik te slapen gelegd. Wanneer de ouders zelf aangeven dat hun baby alleen op zijn/haar buikje slaapt en dat ook op het kinderdagverblijf mag doen, dienen de ouders hiervoor schriftelijke toestemming te verlenen.
  • De temperatuur van de slaapruimte moet, indien mogelijk, niet hoger dan 18 graden zijn.
  • Voor verdere informatie over de maatregelen die Bambini neemt ter voorkoming van wiegendood verwijzen wij naar ons Protocol Wiegendood.


Nawoord

Bambini heeft als streven zich altijd te blijven ontwikkelen om zodoende de kinderen en de ouders zo goed als mogelijk te begeleiden in en binnen de opvang. Er wordt
gewerkt met een goed functionerend team. Minimaal één keer per maand wordt er een vergadering gehouden.
In de vergadering worden ook de protocollen regelmatig besproken. Al onze protocollen zijn ter inzage op de de vestiging.
Mocht u van mening zijn dat wij nog iets zijn vergeten te melden, dan horen wij dit graag.

Team Bambini.